Interne verrekenprijzen kunnen bedrijfsresultaat flatteren

06/03/2014 - Een fabriek boekt jarenlang goede resultaten, maar dan kondigt de buitenlandse moeder aan dat een groot deel van de productie wordt overgeplaatst naar een lagelonenland. Dat laat zien dat je in concerns niet zonder meer uit mag gaan van de resultatenrekening van de dochter. Het resultaat wordt beïnvloed door interne verrekenprijzen binnen het concern, ook wel transferpricing genoemd. Dat valt meestal wel op als een onderneming uitgekleed wordt door de moeder. Maar uit het voorbeeld blijkt dat de problemen in het omgekeerde geval net zo groot zijn.

De kostprijs-plusmethode
In Nederland gelden de OECD-richtlijnen voor het bepalen van de verrekenprijzen. Intercompany-leveringen moeten plaatsvinden tegen dezelfde prijzen en condities als leveringen aan derden. Maar er wordt niet altijd aan derden geleverd. In dat geval kan ook gebruik gemaakt worden van de ‘kostprijs-plusmethode’. Het moederbedrijf vergoedt aan de dochter de productiekosten van de onderdelen mét een opslag. Het resultaat is dan bijna altijd positief. De enige reden waarom een bedrijf dan nog verlies kan maken is dat het concern meer concernkosten in rekening brengt (de zogenoemde management fee) dan de opslag op de productiekosten.

Winst geen garantie voor continuïteit
Maar ook bij de kostprijs-plusmethode is winst geen garantie voor continuïteit. Het concern kijkt niet naar het getoonde resultaat, maar naar de marge op het eindproduct. Als die onder druk staat is de kans op reorganisaties of – ingrijpender nog – verplaatsing van de productie groot, ongeacht de getoonde resultaten. De marge staat onder druk als de markt niet (meer) groeit.

Reële en fictieve kosten
Ondernemingen zitten ingewikkeld in elkaar. Ze maken niet alleen producten voor andere ondernemingen binnen het concern (intercompany), maar verkopen vaak ook zelf aan derden, buiten het concern, en pakken dan de volledige verkoopmarge. Ze produceren niet één product, maar meer producten. Het ene product wordt wel aan derden verkocht, het andere niet. Daarbij kan de methode voor verrekenprijzen per product verschillen. De ondernemingsraad die wil weten wat de cijfers eigenlijk zeggen, zal dus onderscheid moeten maken tussen reële en fictieve kosten en opbrengsten.

Actueel nieuws | Nieuwsarchief

Nieuwsbrief

Niets missen? Volg ons!

Aanmelden nieuwsbrief ondernemingsraden

Wilt u meer weten?

Neem contact op met ons secretariaat

030-2331272
info@basisenbeleid.nl