Leeft het poldermodel nog?

16/11/2016 - door Evert Smit

Dat is de vraag die een aantal auteurs zich stelt in de bundel ‘Nog steeds een mirakel?’, die onder redactie van Maarten Keune is verschenen. De auteurs reflecteren op het 20 jaar geleden verschenen boek ‘A Dutch Miracle’ van Visser & Hemerijck (1997), waarin het succes van het poldermodel werd verklaard. Het was hoog tijd om eens te kijken hoe de vlag er vandaag de dag bij hangt.

Enerzijds is er veel kritiek op de ‘achterkamertjespolitiek’ en de gebrekkige representativiteit van vakbonden en werkgeversorganisaties. Anderzijds draait de polder gewoon door. De SER vergadert, de Stichting van de Arbeid geeft adviezen en de dekkingsgraad van de cao is met 80% onverminderd hoog. De vraag of er nog leven zit in het poldermodel beantwoorden de auteurs op basis van drie vormen van legitimiteit:

- inputlegitimiteit (de mate waarin actoren de burgers vertegenwoordigen),

- throughputlegitimiteit (transparantie en efficiency van de processen), en de

- outputlegitimiteit (effectiviteit van het model gemeten naar de uitkomsten).

Op basis van de output van het poldermodel de afgelopen twintig jaar blijkt Nederland niet meer het beste jongetje van de klas: er zijn pluspunten (inkomen per hoofd van de bevolking, werkgelegenheid, lage publieke schuld), maar ook minpunten (onzekerheid op de arbeidsmarkt, lage productiviteitsgroei, veel private schulden, groei van vermogensongelijkheid). De conclusie is dat het traditionele recept van loonmatiging en gezonde overheidsfinanciën niet meer voldoet. De bestuurlijke elite van de polder staat onvoldoende open voor andere zienswijzen, zoals die waarbij herstel van de binnenlandse bestedingen en innovatie centraal staan.

De inputlegitimiteit staat vooral onder druk door daling van de organisatiegraad van de vakbeweging. Daar staat echter tegenover dat de ‘symbolische’ representativiteit van de vakbeweging veel hoger is dan die van de ‘politiek’: alhoewel maar een op de zes werknemers lid is van een vakbond heeft 60 tot 70 procent van de volwassen bevolking vertrouwen in diezelfde vakbonden, tegen 40 tot 55 procent voor de regering en de Tweede Kamer. De organisatiegraad van werkgevers is hoog, maar VNO-NCW lijkt vooral de belangen van het grootbedrijf te vertegenwoordigen.

Het zeer lage stakingspercentage dat Nederland kenmerkt is een uitdrukking van de tot samenwerking geneigde actoren en geeft van oudsher legitimiteit aan de troughput. Ook zijn er inspanningen voor meer transparantie gedaan. Zo heeft de FNV een meer interne democratische structuur geïntroduceerd. Tegelijkertijd is de grootste bond met het actiegerichte organizing een wat radicalere koers gaan varen. Dit heeft er aan bijgedragen dat vertrouwen tussen werkgevers en werknemers niet meer vanzelfsprekend is. Moeizame cao-onderhandelingen zijn daarvan het gevolg.

Volgens Keune zijn er drie opties voor het poldermodel: ontmantelen, ‘institutioneel doormodderen’ of serieuze vernieuwing. De laatste optie vergt herstel van vertrouwen tussen werkgevers en werknemers. In zijn optiek moet de overheid dat ondersteunen, vooral door meer zekerheid op de arbeidsmarkt te creëren.

Het boek van Keune c.s. geeft een genuanceerde analyse van het weerbarstige poldermodel, maar beperkt zich tot het nationaal niveau. Arbeidsverhoudingen op ondernemingsniveau, inclusief de medezeggenschap zou een welkome aanvulling zijn. De OR was immers ooit bedoeld als het poldermodel op ondernemingsniveau. 

Het boek ‘Nog steeds een mirakel?’ is gratis te downloaden .

Lees meer

Actueel nieuws | Nieuwsarchief

Nieuwsbrief

Niets missen? Volg ons!

Aanmelden nieuwsbrief ondernemingsraden

Wilt u meer weten?

Neem contact op met ons secretariaat

030-2331272
info@basisenbeleid.nl