Opkomst zzp’ers zet bijl aan de wortel van de cao

25/04/2016 - door Evert Smit

De jubelverhalen over zzp’ers maken plaats voor kritische artikelen over de nadelen. Veel zzp’ers kunnen nauwelijks rondkomen, zijn niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid en bouwen geen pensioen op. Ze jagen de samenleving op kosten en ondermijnen het draagvlak van ons sociale stelsel. Wat tot nu toe onderbelicht wordt, is dat de opkomst van de zzp’ers de bijl aan de wortel van de cao zet. Als het zo doorgaat maakt het systeem van arbeidsverhoudingen plaats voor een systeem van dagloners zoals we dat aan het begin van de twintigste eeuw kenden.

De eerste cao’s in Nederland ontstonden in de periode kort voor de Eerste Wereldoorlog. Omdat de cao alleen van toepassing was voor vakbondsleden, ontstond het probleem dat veel werkgevers georganiseerde werknemers gingen ontslaan, omdat die duurder waren dan ongeorganiseerden. Aan de poort stonden dagloners die wel voor minder aan de slag wilden. Er ontstond veel arbeidsonrust, waaronder conflicten tussen georganiseerde en niet-georganiseerde arbeiders. De collectieve arbeidsovereenkomst dreigde zijn zin te verliezen. Om nakoming van de cao af te dwingen, streefden de vakbonden aanvankelijk naar het verplicht vakbondslidmaatschap, de closed shop, zoals in Engeland gebruikelijk werd. Uiteindelijk werd in 1927 de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst van kracht. Deze verplicht de betrokken werkgevers de cao toe te passen op alle werknemers, vakbondsleden én niet-vakbondsleden.

Waar de Wet op de cao onderbieding door werknemers tegengaat, gaat de Wet op de algemeen verbindend verklaring van cao’s (1937) onderbieding door werkgevers tegen. Deze wet maakt het mogelijk dat de minister van Sociale Zaken de cao kracht van wet geeft voor alle werkgevers in een bedrijfstak. Deze twee wetten vormen tot op de dag van vandaag de juridische grondslag van de arbeidsverhoudingen in Nederland.

De zzp’er is geen werknemer, dus is de cao niet op hem van toepassing. Als ondernemer heeft hij belastingvoordeel en kan er, al dan hier noodgedwongen, voor kiezen geen verzekeringen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen af te sluiten. Zo kan hij onderbieden ten opzichte van de cao-werknemer. Illustratief is de ontwikkeling van de arbeidsmarkt in de bouw. Ten gevolge van de economische crisis daalde het aantal werknemers in de bouw met bijna een kwart, van 364.000 in 2008 naar 276.000 in 2014. In dezelfde periode steeg het aantal zzp’ers van 97.000 naar 107.000. De cao dreigt opnieuw zijn zin te verliezen en daarmee het stelsel van gereguleerde arbeidsverhoudingen.

OR-advies:

  • Verdiep je in de cao die bij jouw onderneming van toepassing is, en in wetgeving over flexibele arbeid. Probeer zoveel mogelijk oneigenlijk gebruik van flexconstructies tegen te gaan.
  • Vraag de bestuurder om een instemmingsverzoek over zijn strategisch personeelsbeleid, waarin uitgangspunten voor ‘de flexibele schil’ zijn opgenomen, zoals het inzetten van uitzendkrachten, gedetacheerden, zzp’ers et cetera.

WOR-links:

  • Artikel 28, lid 1 (naleving van voorschriften op het gebied van onder meer arbeidsvoorwaarden)
  • Artikel 27, lid 1, onder e (instemmingsrecht over een regeling op het gebied van aanstellings- ontslag- of bevorderingsbeleid)
  • Artikel 25, lid 1 onder g (adviesrecht over groepsgewijs werven of inlenen van arbeidskrachten)

Dit artikel verscheen eerder in ‘Inzicht in medezeggenschap’, maart 2016

Actueel nieuws | Nieuwsarchief

Nieuwsbrief

Niets missen? Volg ons!

Aanmelden nieuwsbrief ondernemingsraden

Wilt u meer weten?

Neem contact op met ons secretariaat

030-2331272
info@basisenbeleid.nl