Uit de praktijk: turbo-advies of geen advies

04/08/2016 - door Frank Hendriks

Een grote onderneming is marktleider op zijn terrein. Desondanks is de onderneming al jaren in de problemen onder meer door een grote schuldenlast. De eigenaren zetten de onderneming in de verkoop. Kandidaat kopers krijgen de gelegenheid om de onderneming door te lichten (buyers due diligence) en uiterlijk op datum X een bindend bod uit te brengen. Een week voor de sluiting vraagt de bestuurder van een grote concurrent advies aan de OR over het uitbrengen van een bindend bod. Dat advies moet vanzelfsprekend snel binnen zijn omdat anders niet meer binnen de termijn een bod kan worden uitgebracht.

De OR gaat snel aan de slag, maar ontdekt dat heel veel niet duidelijk is. Er zit veel overlap in de beide ondernemingen. Bovendien worden ze samen nog sterker op de lokale markt dan de marktleider alleen al was. Gaat de mededingingsautoriteit niet voorschrijven dat onderdelen moeten worden afgestoten? De OR nodigt een adviseur uit om hem te ondersteunen maar die komt tot de conclusie dat een weloverwogen advies binnen 4 werkdagen niet mogelijk is.

De OR laat zich door de directie overtuigen dat er niet meer tijd is en neemt in het advies hoofdlijnen op voor een sociaal plan dat door de bonden moet worden overeengekomen na overname. De adviseur weigert een opdracht om na één gesprek met de financieel directeur een oordeel te geven over het bod. Als het bod wordt uitgebracht wordt duidelijk dat er geen sprake is van een buitenkansje voor de eigen onderneming, maar van een ‘openbare verkoop’.

Advies moet op een zodanig tijdstip worden gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit, zo staat het in de wet (WOR art.25, lid 2). Dat is niet aan het slot van een langdurig besluitvormingsproces binnen de directie van de onderneming. Toch is het heel gebruikelijk dat de directie met een aantal ingewijden maanden bezig is met een project en vervolgens de OR maant om op te schieten. Niet zelden kiest de OR onder zware druk dan toch voor een advies omdat er dan nog enige invloed mogelijk zou zijn.

Maar een OR moet ook zijn eigen bestuurder opvoeden. De OR die eenmaal zo’n praktijk tolereert zet zichzelf buitenspel. Advies geven binnen een dergelijk periode is de slechtste van drie opties. Een eerste optie is negatief adviseren, vanwege onvoldoende inzicht in de sociale en economische gevolgen. Dit heeft echter alleen zin als de OR ook bereid is om zich tegen het besluit te verzetten of de consequentie te aanvaarden dat geen bod wordt uitgebracht. De vraag of het verstandig is om een bod tegen te houden is in een kort tijdsbestek net zomin te bepalen als de vraag of het bod mag doorgaan. Overigens, een bestuurder vraagt advies aan de OR en de bestuurder neemt daarna een besluit. Op het moment dat de OR adviseert om geen bod uit te brengen, kan de bestuurder nog steeds kiezen om dat wel te doen. Een bestuurder die gelooft in zijn plan brengt dat bod dan toch uit en heeft geen applaus van de OR nodig.

Als je het bod niet wilt tegenhouden is de tweede en beste optie om niet te adviseren. Waarom zou een OR zich committeren aan iets waarvan ze niet hebben kunnen vaststellen of het goed is? Omdat de directie zegt dat een advies nodig is? Als een advies nodig is, vraag het dan op tijd!

Een argument om wél te adviseren, de derde optie, zou kunnen zijn dat het momentum moet worden benut. Het belang van de directie bij een advies zou dan kunnen leiden tot toezeggingen die er na het bod niet meer komen. Maar dit is erg onwaarschijnlijk: een bestuurder die 5 dagen voor sluiting een advies vraagt neemt zijn OR niet serieus. Een bestuurder die zijn OR niet serieus neemt doet ook geen toezeggingen, die hij anders niet zou doen. Een OR die zich niet heeft gecommitteerd staat in het vervolg (als de ondernemingen worden geïntegreerd) sterker dan de OR die zich laat verleiden tot een turbo-advies.

Actueel nieuws | Nieuwsarchief

Nieuwsbrief

Niets missen? Volg ons!

Aanmelden nieuwsbrief ondernemingsraden

Wilt u meer weten?

Neem contact op met ons secretariaat

030-2331272
info@basisenbeleid.nl