Wet op de ondernemingsraden

De Wet op de ondernemingsraden (WOR) dateert oorspronkelijk van 1950. Toen werd de ondernemingsraad ingericht als samenwerkingsorgaan tussen werkgever en werknemers op ondernemingsniveau. De directeur fungeerde als voorzitter. Met de wetswijziging van 1979 werd de OR een zelfstandig orgaan binnen de onderneming, met uitgebreide bevoegdheden en een voorzitter uit eigen kring. Sindsdien is de OR volwassen geworden en niet meer weg te denken uit hedendaagse organisaties.

Doelstelling van de ondernemingsraad

In de Wet op de ondernemingsraden wordt bepaald dat ondernemingen met meer dan 50 werknemers verplicht zijn een ondernemingsraad in te stellen, "in het belang van het goed functioneren van die onderneming in al haar doelstellingen (…), ten behoeve van het overleg met en de vertegenwoordiging van de in de onderneming werkzame personen" (artikel 2). De doelstelling van de Wet op de ondernemingsraden is dus tweeledig: vertegenwoordiging van de belangen van het personeel én het dienen van het bedrijfsbelang. Deze dubbele doelstelling stelt de ondernemingsraad in zijn dagelijks functioneren voor de nodige dilemma’s. Als onafhankelijke extern deskundige kan Basis & Beleid de OR helpen om hiermee adequaat om te gaan.

Bevoegdheden van de OR op basis van de Wet op de ondernemingsraden

De belangrijkste bevoegdheden die de OR op grond van de Wet op de ondernemingsraden heeft zijn:

  • adviesrecht over belangrijke strategische, financieel-economische en bedrijfsorganisatorische besluiten, zoals reorganisaties, fusies, overnames en dergelijke (WOR artikel 25);
  • instemmingsrecht over regelingen met betrekking tot personeelszaken, zoals een arbeids- en rusttijdenregeling, een opleidingsplan en dergelijke (WOR artikel 27);
  • stimulerende taken van de OR, waaronder naleving van de cao, bevordering van werkoverleg en dergelijke (WOR artikel 28);
  • adviesrecht bij de benoeming en het ontslag van de bestuurder van de onderneming (WOR artikel 30);
  • informatierecht: de ondernemer is verplicht alle informatie waar de OR om vraagt en die deze ‘voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft’ te verstrekken (WOR artikel 31).

Daarnaast hebben ondernemingsraden een ‘versterkt’ aanbevelingsrecht voor de benoeming van leden voor de Raad van Commissarissen. Dit recht is niet opgenomen in de Wet op de ondernemingsraden, maar geregeld in het Burgerlijk Wetboek.

Basis & Beleid ondersteunt ondernemingsraden

Wij ondersteunen ondernemingsraden:

  • bij adviesaanvragen (artikel 25 WOR): inhoudelijke beoordeling van de voorgenomen besluiten (contra-expertise) en begeleiding in het adviestraject (communicatie met de achterban, afstemming met vakorganisaties, overleg met de bestuurder);
  • bij instemmingsverzoeken (artikel 27 WOR): inhoudelijke beoordeling van de voorgenomen besluiten, begeleiding bij het overleg met de bestuurder en HR, het opzetten van participatieve trajecten;
  • bij het vormgeven van de medezeggenschapsstructuur, vernieuwing van medezeggenschap, het overleg met de bestuurder en bij conflictbemiddeling;
  • met training van de ondernemingsraad.

Meer weten? Neem contact op met ons secretariaat of een van onze adviseurs.