Aanbevelingsrecht

Aanbevelingsrecht van de OR voor leden van de RvC kan beter benut worden

Bij ondernemingen die het structuurregime kennen, heeft de OR aanbevelingsrecht voor de benoeming van de leden van de Raad van Commissarissen (RvC). Ondernemingsraden maken hier veel te weinig gebruik van.

Sinds 1971, het jaar dat het structuurregime werd ingevoerd, beschikt de OR over dit recht. Uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam uit 1995 bleek dat in de jaren ’70 en ’80 slechts 12% van de ondernemingsraden hiervan gebruik maakte. Sinds 2004 heeft de OR een verzwaard aanbevelingsrecht voor één derde van de leden van de Raad van Commissarissen. Uit onderzoek naar ‘onderbenutting’ van bevoegdheden van de OR van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2007, kwam een percentage van 27% naar voren. Dat cijfer lijkt echter geflatteerd, vanwege het grote aandeel van beursgenoteerde ondernemingen in dit onderzoek. Bij deze bedrijven wordt het (verzwaard) aanbevelingsrecht van de OR doorgaans wél toegepast. Het lijkt er op dat er vooral bij veel middelgrote ondernemingen sprake is van sterke onderbenutting van het aanbevelingsrecht van de OR.

Een eerste oorzaak hiervoor is onbekendheid. Een veel voorkomend misverstand, dat niet alleen bij OR-leden bestaat, is dat alleen beursgenoteerde ondernemingen het structuurregime moeten toepassen. De structuurregeling wordt toegepast als er aan drie criteria is voldaan. Ten eerste moet het eigen vermogen aan een bepaald bedrag voldoen (sinds 2004 is dat € 16 miljoen). Het tweede criterium betreft de instelling van een OR. Ten derde moeten er bij het bedrijf en zijn dochterondernemingen minstens 100 werknemers in Nederland werkzaam zijn. Er zijn nogal wat OR's die zich er niet van bewust zijn dat bij hun bedrijf het structuurregime geldt en dat zij derhalve het voordrachtsrecht hebben.

Naast onbekendheid spelen ook andere elementen een rol bij het geringe gebruik van dit recht. Het wordt door ondernemingsraden vaak afgedaan met zinsneden als ‘hebben we niet nodig’, of ‘geen behoefte aan’. Daarnaast is het vaak zo dat de bestuurder de onwetendheid of het gebrek aan scherpte van de OR wel goed uitkomt, dan wel actief de uitoefening van het recht door de OR tegenwerkt. Tot slot is het voor de OR die wél van dit recht gebruik wil maken lastig om geschikte kandidaten te vinden, buiten de ‘old boys’ netwerken van bestuurders.

Uiteraard is het geringe gebruik van het aanbevelingsrecht van de OR betreurenswaardig. Het structuurregime is indertijd juist in het leven geroepen om de factor arbeid een steviger plek te geven in het toezicht op het bestuur van de onderneming. Dit is vooral bij belangrijke strategische beslissingen van groot belang, bijvoorbeeld bij overname of als tegenwicht tegen activistische aandeelhouders.

OR-advies:

  • Verdiep je in de juridische structuur van de onderneming en de rechten die de OR daar aan kan ontlenen.
  • Werk aan het OR-netwerk (OR platforms, vakbonden, adviseurs) om potentiele voor te dragen kandidaten op te kunnen sporen.
  • Wees niet te benauwd om je recht te gebruiken, ook bij tegenwerking van de bestuurder.

Links: