
Negatief advies van de OR: wat gebeurt er daarna?
Bij een negatief advies van de ondernemingsraad kan de bestuurder het voorgenomen besluit alsnog nemen. De bestuurder moet dan schriftelijk uitleggen waarom hij van het OR-advies afwijkt. Vervolgens geldt in beginsel een opschortingstermijn van één maand. In deze periode kan de OR beoordelen of verder overleg mogelijk is of dat beroep bij de Ondernemingskamer nodig is.
Een negatief advies betekent dus niet automatisch dat een reorganisatie, fusie of ander besluit van tafel is. Het advies kan wel grote invloed hebben op het definitieve besluit en de mogelijkheden van de OR om vervolgstappen te zetten. De inhoud en onderbouwing van het advies zijn daarbij belangrijk.
In dit artikel leggen we uit wanneer een negatief advies passend kan zijn, wat de bestuurder daarna moet doen en welke mogelijkheden de OR heeft.
Wanneer geeft de OR een negatief advies?
De OR kan negatief adviseren wanneer hij vindt dat de bestuurder het voorgenomen besluit niet zou moeten nemen. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat de noodzaak onvoldoende is aangetoond, de financiële onderbouwing niet overtuigt of de gevolgen voor medewerkers onevenredig groot zijn.
Een negatief advies kan ook voortkomen uit een onzorgvuldig proces. Misschien ontbreekt belangrijke informatie, zijn realistische alternatieven niet onderzocht of is de OR pas betrokken toen de belangrijkste keuzes feitelijk al vaststonden. De ondernemingsraad moet immers advies kunnen uitbrengen op een moment waarop dat advies nog wezenlijke invloed heeft.
Of de OR adviesrecht heeft, hangt af van het soort besluit en de betekenis daarvan voor de onderneming. Bij een reorganisatie, fusie, overname of belangrijke investering is vaak artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden van toepassing. Lees meer over het adviesrecht van de OR volgens artikel 25 WOR.
Een negatief advies kan onder meer passend zijn wanneer:
- de aanleiding of noodzaak onvoldoende is onderbouwd;
- de financiële aannames niet controleerbaar of realistisch zijn;
- minder ingrijpende alternatieven niet serieus zijn onderzocht;
- de gevolgen voor functies en arbeidsplaatsen onduidelijk blijven;
- de voorgestelde oplossing het onderliggende probleem niet oplost;
- de belangen van medewerkers onvoldoende zijn meegewogen;
- de OR niet voldoende tijd of informatie heeft gekregen.
Het is belangrijk dat de OR niet alleen schrijft dát hij tegen het besluit is. Een goed negatief advies legt uit waarom het plan tekortschiet, welke risico’s de OR ziet en wat er volgens de OR moet veranderen.
Negatief of positief onder voorwaarden?
De keuze is niet altijd beperkt tot positief of negatief adviseren. De OR kan ook positief adviseren onder voorwaarden. Dat kan verstandig zijn wanneer de ondernemingsraad de richting van het besluit begrijpt, maar alleen kan instemmen met een aangepaste uitvoering.
Denk bijvoorbeeld aan voorwaarden over het behoud van arbeidsplaatsen, herplaatsing, scholing, werkdruk, evaluatie of betrokkenheid van de OR bij vervolgbesluiten. Zulke voorwaarden moeten concreet en uitvoerbaar zijn. De OR moet ook duidelijk maken welke voorwaarden voor hem doorslaggevend zijn.
Een negatief advies ligt meer voor de hand als fundamentele bezwaren blijven bestaan. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de noodzaak van het besluit niet is aangetoond, de businesscase ondeugdelijk is of het plan volgens de OR geen passende oplossing biedt.
Het onderscheid is strategisch belangrijk. Met een voorwaardelijk positief advies laat de OR zien onder welke omstandigheden het besluit wel aanvaardbaar kan zijn. Met een negatief advies maakt hij duidelijk dat de bezwaren het voorgenomen besluit als geheel raken.
Kan de bestuurder een negatief OR-advies naast zich neerleggen?
Ja. Een OR-advies is niet bindend. De bestuurder kan het voorgenomen besluit ook na een negatief advies nemen. Dat betekent niet dat hij het advies zonder meer kan negeren.
Nadat de OR zijn advies heeft uitgebracht, moet de bestuurder de ondernemingsraad zo snel mogelijk schriftelijk informeren over het definitieve besluit. Wijkt dat besluit af van het advies, dan moet hij ook aangeven waarom.
Die motivering moet aansluiten op de bezwaren en alternatieven die de OR heeft ingebracht. Een algemene mededeling dat de bestuurder “een andere afweging heeft gemaakt” geeft weinig inzicht in de manier waarop het advies is meegewogen. De OR mag verwachten dat de bestuurder inhoudelijk reageert op de belangrijkste argumenten en voorwaarden.
Ook gedeeltelijke afwijking is relevant. Heeft de OR positief geadviseerd onder een aantal essentiële voorwaarden en neemt de bestuurder die voorwaarden niet over? Dan kan het definitieve besluit eveneens afwijken van het OR-advies.
Wanneer geldt de opschortingstermijn van één maand?
Wanneer het definitieve besluit niet overeenstemt met het OR-advies, moet de bestuurder de uitvoering in beginsel één maand opschorten. Deze termijn begint nadat de ondernemingsraad van het definitieve besluit in kennis is gesteld.
De opschortingstermijn geeft de OR gelegenheid om het besluit en de motivering te bestuderen. De ondernemingsraad kan in deze maand bepalen of verder overleg zinvol is en of beroep bij de Ondernemingskamer moet worden overwogen.
Tijdens de opschortingstermijn mag de bestuurder in beginsel nog geen uitvoering geven aan het besluit. Dat betekent niet dat ieder gesprek of iedere voorbereidende handeling verboden is. Het gaat erom dat de bestuurder het bestreden besluit niet feitelijk uitvoert of onomkeerbare stappen zet.
De OR kan laten weten dat de bestuurder de termijn niet of niet volledig hoeft af te wachten. Doe dat alleen na een bewuste afweging. Het prijsgeven van de opschortingstermijn kan de onderhandelingspositie en juridische mogelijkheden van de OR beïnvloeden.
Omdat de termijn kort is, moet de OR snel handelen. Noteer wanneer het definitieve besluit is ontvangen en vraag direct deskundig juridisch advies als beroep serieus wordt overwogen.
Wanneer kan de OR naar de Ondernemingskamer?
De OR kan op grond van artikel 26 WOR beroep instellen bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam. Dit moet binnen één maand nadat de OR van het definitieve besluit in kennis is gesteld.
Beroep kan aan de orde zijn wanneer het besluit afwijkt van het advies. Ook kan de OR beroep instellen wanneer na het advies feiten of omstandigheden bekend worden die, als de OR ze eerder had gekend, tot een ander advies hadden kunnen leiden.
De Ondernemingskamer beoordeelt niet welk besluit zij zelf het beste vindt. De centrale vraag is of de bestuurder bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
Daarbij kan onder meer van belang zijn:
- of de OR tijdig is betrokken;
- of voldoende informatie is verstrekt;
- of de bestuurder de argumenten van de OR serieus heeft meegewogen;
- of de financiële en organisatorische onderbouwing zorgvuldig is;
- of relevante alternatieven zijn onderzocht;
- of het definitieve besluit voldoende is gemotiveerd.
Argumenten die de OR tijdens het adviestraject niet duidelijk naar voren heeft gebracht, kunnen later moeilijker worden gebruikt. Een eventuele beroepsprocedure begint daarom feitelijk al bij het stellen van vragen en het formuleren van het OR-advies.
Volgens de uitleg van de SER over het beroepsrecht begint de termijn van één maand zodra de ondernemer het besluit kenbaar maakt. Wacht bij een mogelijk beroep daarom niet tot het einde van de opschortingstermijn met het inschakelen van juridische ondersteuning.
Hoe schrijft de OR een sterk negatief advies?
Een sterk negatief advies is feitelijk, navolgbaar en gericht op het voorgenomen besluit. Het maakt duidelijk wat de OR heeft onderzocht, welke informatie is gebruikt en waarom de ondernemingsraad tot zijn oordeel komt.
Begin met een korte beschrijving van de adviesaanvraag en het doorlopen proces. Benoem welke stukken de OR heeft ontvangen, welke vragen zijn gesteld en welke overlegmomenten hebben plaatsgevonden. Zo wordt zichtbaar waarop het oordeel is gebaseerd.
Werk daarna de inhoudelijke bezwaren uit. Maak onderscheid tussen de noodzaak van het besluit, de gekozen oplossing en de gevolgen van die oplossing. De OR kan bijvoorbeeld erkennen dat er een financieel probleem bestaat, maar betwijfelen of de voorgestelde reorganisatie dat probleem daadwerkelijk oplost.
Leg ook uit welke informatie ontbreekt of welke aannames onvoldoende zijn onderbouwd. Bij twijfel over de volledigheid van de aanvraag kan de OR gebruikmaken van de uitleg over welke informatie bij een adviesaanvraag nodig is.
Een negatief advies wordt sterker wanneer de OR haalbare alternatieven benoemt. Daarmee laat de ondernemingsraad zien dat hij niet uitsluitend tegen het plan is, maar heeft gezocht naar een betere afweging van het organisatiebelang en de belangen van medewerkers.
Sluit af met een duidelijke conclusie. Benoem of de OR adviseert het besluit niet te nemen, opnieuw te onderzoeken of op essentiële onderdelen te wijzigen. Vermeld ook welke reactie de OR van de bestuurder verwacht als het advies niet wordt gevolgd.
Kan een onafhankelijke toets een negatief advies voorkomen?
Niet ieder verschil van inzicht hoeft te eindigen in een negatief advies of juridische procedure. Soms ontstaat het conflict doordat OR en bestuurder verschillende aannames gebruiken of de gevolgen anders inschatten.
Een onafhankelijke analyse kan duidelijk maken of de businesscase klopt, welke risico’s onvoldoende zijn onderzocht en of er realistische alternatieven bestaan. Dat biedt ruimte om het plan aan te passen voordat de OR definitief adviseert.
Een contra-expertise voor de ondernemingsraad kan bijvoorbeeld relevant zijn bij een reorganisatie, fusie, overname, sluiting of grote investering. De toets kan betrekking hebben op financiën, strategie, organisatiestructuur en personele gevolgen.
Bij een voorgenomen reorganisatie is het bovendien belangrijk om naar het volledige veranderplan te kijken. De OR moet niet alleen weten hoeveel functies verdwijnen, maar ook of de nieuwe organisatie werkbaar en financieel haalbaar is. Bekijk meer over ondersteuning van de OR bij reorganisaties.
Wat kan de OR doen voordat het conflict escaleert?
Een negatief advies hoeft niet automatisch tot een procedure te leiden. Ook nadat de OR zijn bezwaren heeft geuit, kunnen partijen zoeken naar aanpassing van het besluit.
De OR kan de bestuurder vragen om ontbrekende informatie alsnog te verstrekken, alternatieven door te rekenen of specifieke risico’s nader te onderzoeken. Ook kunnen afspraken worden gemaakt over voorwaarden, een gefaseerde invoering of een evaluatiemoment.
Het helpt om onderscheid te maken tussen bezwaren tegen het doel en bezwaren tegen de gekozen aanpak. Soms delen OR en bestuurder het belang van verandering, maar verschillen zij van mening over de manier waarop die verandering wordt uitgevoerd. Dat biedt ruimte voor een alternatief of een voorwaardelijk advies.
Leg aangepaste voorstellen en toezeggingen altijd schriftelijk vast. Daarmee voorkomt de OR dat later onduidelijkheid ontstaat over wat is afgesproken en welke onderdelen van het oorspronkelijke advies zijn overgenomen.
Wanneer is externe ondersteuning verstandig?
Externe ondersteuning is verstandig wanneer het voorgenomen besluit grote gevolgen heeft, de onderbouwing complex is of het overleg tussen OR en bestuurder dreigt vast te lopen.
Een adviseur kan de OR helpen om de aanvraag te analyseren, aanvullende vragen te formuleren en de argumentatie van het advies op te bouwen. Ook kan ondersteuning helpen bij het verkennen van alternatieven en het formuleren van concrete voorwaarden.
Basis & Beleid ondersteunt ondernemingsraden tijdens het volledige adviestraject: van de eerste beoordeling van de aanvraag tot het overleg en het uiteindelijke OR-advies. Lees meer over praktisch en onafhankelijk OR-advies.
Dreigt een procedure bij de Ondernemingskamer, schakel dan ook tijdig een gespecialiseerde advocaat in. De beroepstermijn is kort en voor een procedure bij de Ondernemingskamer is juridische procesondersteuning nodig.
Veelgestelde vragen over een negatief OR-advies
Is een negatief OR-advies bindend?
Nee. De bestuurder kan het besluit ondanks het negatieve advies nemen. Hij moet de afwijking wel schriftelijk motiveren. Vervolgens geldt in beginsel een opschortingstermijn van één maand.
Mag de bestuurder direct beginnen met de uitvoering?
Niet wanneer het definitieve besluit afwijkt van het OR-advies. In dat geval moet de uitvoering in beginsel één maand worden opgeschort. De OR kan aangeven dat de bestuurder de termijn niet volledig hoeft af te wachten.
Hoe lang heeft de OR om beroep in te stellen?
De OR heeft één maand om beroep in te stellen bij de Ondernemingskamer. De termijn begint nadat de OR van het definitieve besluit in kennis is gesteld. Vraag bij twijfel direct juridisch advies over de precieze aanvang en het einde van de termijn.
Moet het OR-advies volledig negatief zijn om beroep te kunnen instellen?
Nee. Ook wanneer de bestuurder afwijkt van een positief advies onder voorwaarden, kan sprake zijn van een besluit dat niet overeenstemt met het OR-advies.
Kan de OR zijn advies later veranderen?
Nieuwe informatie of een aangepast voorgenomen besluit kan aanleiding zijn om het standpunt opnieuw te beoordelen. Leg dan duidelijk vast welke omstandigheden zijn veranderd en welk advies daarvoor in de plaats komt. Is het definitieve besluit al genomen, houd dan rekening met de wettelijke beroepstermijn.